Spring naar inhoud

Categorie: Retro

Retro: Paul Tachteris

Op de baan werd de Afro-Amerikaan Marshall “Major” Taylor in 1899 wereldkampioen sprint. Hij is tot nu toe de enige zwarte wielerkampioen 1. Veertig jaar geleden was de Rwandees Paul Tachteris een van de weinigen kleurlingen in het wegpeloton. VeloStatistics ging op onderzoek uit naar deze Rwandese wielrenner.

Paul Tachteris is geboren op 8 september 1949 te Nyanza 2 in Rwanda. Rond 1975 komt hij naar België om te gaan studeren aan de universiteit van Brussel en maakt hij via medestudenten kennis met wielrennen. Tevens maakt hij kennis met het fenomeen kermiskoersen. Voor de grap vraagt hij in augustus 1976 3 4 een proflicentie aan.

Hij gaat rijden voor een privé sponsor Meubles Galerie du Miroir. Zijn handelsmerk is dat hij zo snel mogelijk demarreert en de eerste premies in de koers opraapt. In veel koersen wordt hij voor halfweg teruggehaald door het peloton en moet hij opgeven. Zelden haalde hij de eindstreep. De Belgische wielerjournalist Robert Janssens herinnert hem als volgt: “Een mooie atleet, maar erg lang hield hij het niet vol… kermiskoersen tot maximaal 150 kilometer. Ik heb hem alleszins nooit een prijs weten winnen.” 5

Door zijn manier van koersen wordt hij populair bij de toeschouwers waardoor hij bijna in elke kermiskoers van start kan gaan. In 1977 krijgt hij begin april een contract aangeboden bij de Belgische formatie Zoppas – Fragel 6. Daar weet hij niet echt door te breken en keert weer terug bij zijn privé sponsor Meubles Galerie du Miroir.

In 1981, zijn laatste jaar als professional, rijdt hij voor de Duitse miniformatie van Rauler. In het Limburgsch Dagblad 7 van 1 april komt hij met rugnummer 148 voor op de voorlopige deelnemerslijst van de Amstel Gold Race, echter is een dag later 8 in diezelfde krant te lezen dat hij geschrapt is van de deelnemerslijst.

Hierna is er weinig bekend over deze Rwandese wielrenner. Heeft hij zijn studie afgemaakt en is hij in België gebleven of is hij teruggekeerd naar Rwanda? Of iets anders?

Bronnen & opmerkingen
  1. Jan Boesman: De vliegende neger & de kleine koningen – Major Taylor en het begin van de Tour de France, 2008
  2. Pascal Sergeant, Guy Crasset & Hervé Dauchy: Wereld Encyclopedie Wielrennen, 2002 – pag. 1784
  3. Pascal Sergeant, Guy Crasset & Hervé Dauchy: Wereld Encyclopedie Wielrennen, 2002 – pag. 1784
  4. Manuel Bento P. Azevedo: Cyclisme les Profiossionnels – Lexique Alphabétique 1966-1995, 1996 – pag. 177
  5. Jan Boesman: Waarom is wielrennen wit, 2006 – pag. 35
  6. Manuel Bento P. Azevedo: Cyclisme les Profiossionnels – Lexique Alphabétique 1966-1995, 1996 – pag. 192
  7. Morgen aan de start, Limburgsch Dagblad, Woensdag 1 april 1981 – pag. 33
  8. Rudi Altig hoopt op versterking, Limburgsch Dagblad, Donderdag 2 april 1981 – pag. 23
Laat een reactie achter

Retro: Flavio Giupponi

Dat Laurent Fignon vlak voordat hij de Tour 1989 verloor aan Greg Lemond de Giro d’Italia won, weten de meesten wielerliefhebbers nog wel. Alleen dan komt de vraag wie stonden naast hem op het podium in Firenze waar de Giro dat jaar eindigde. Ik hoor u denken… Breukink misschien… Nee… vierde … Stephen Roche dan…. Nee… negende. Het waren de Italiaan Flavio Giupponi en de Amerikaan Andrew Hampsten.

Hampsten is bij de meeste wielerliefhebbers wel blijven hangen door de fameuze Girorit in de sneeuw over de Passo di Gavia maar Flavio Giupponi zal bij de meesten geen belletje doen rinkelen terwijl hij toch driemaal top vijf reed in de wielerronde van zijn land en de Giro van 1989 volgens Bill & Carol McGann 1 had kunnen winnen als de weergoden aan zijn kant waren geweest!

Een zoektocht op internet levert weinig op over Giupponi. Zijn Wikipedia pagina geeft aan dat hij op 9 mei 1964 in Bergamo is geboren en dat hij een zeer goed klassementsrenner was die nooit een grote eindoverwinning behaalde maar verder weinig details. Verder is er een klein berichtje in de Leeuwarder Courant te vinden dat hij in de Giro van 1988 positief was maar er vanaf kwam met een geldboete.

Ook diverse boeken over de Giro d’Italia en de Italiaanse wielersport vermelden weinig extra’s over de Italiaan.

Alleen in The Story of the Giro d’Italia 2 vinden we zijn naam een paar keer. Over zijn rol in de Giro 1988, waarin hij als vierde eindigt, lezen we dat in rit 12 hij samen met Giuseppe Saronni in dienst moest rijden van Franco Chioccioli, die na die rit de roze trui overnam van Massimo Podenzana. Twee dagen later gaat het mis voor Chioccioli, in de fameuze sneeuwrit over de Gavia verliest hij ruim vijf minuten op concurrenten Andrew Hampsten en Erik Breukink. Waardoor zowel Giupponi, die voor de rit nog vierde stond, en Chioccioli kansloos waren voor de eindzege.

Én over hoe de weergoden ervoor zorgden dat hij de Giro d’Italia 1989 niet won. In de koninginnenrit van de Giro dat jaar, over vijf Dolomieten passen, was het slecht weer. Regen, sneeuw en temperaturen rond het vriespunt. Breukink startte in Maglia Rosa maar verloor mede door een hongerklop zes minuten en moest zijn trui afstaan aan Laurent Fignon. Fignon, die normaal niet van slecht weer hield, maar deze dag in bloedvorm leek, kon echter niet voorkomen Flavio Giupponi de ritzege mee pakte. Het grootste succes uit zijn carrière.

Nadat een rit vanwege slecht weer geannuleerd was, werd bekend dat Fignon weer last had van een oude schouderblessure en dat deze door het slechte weer voor extra problemen zorgde. In rit achttien, een klimtijdrit naar Monte Generoso, waren de weergoden de coureurs weer niet vrolijk gezind. De klimtijdrit werd een hel voor Laurent Fignon, hij zag al zijn concurrenten dichterbij komen en Flavio Giupponi stond nog maar 1:15 achter de Fransman. Zou het dan toch een Italiaan worden die deze Giro op zijn naam schrijft?

Een dag later werden de weergoden Fignon weer gunstig gezind en werd de temperatuur een stuk aangenamer en leek de eindzege voor de Fransman binnen handbereik tot de 21e rit. In de één na laatste rit met vijf gecategoriseerde beklimmingen kwam Laurent Fignon namelijk, samen met Claude Criquielion, ten val en gingen Hampsten en Giupponi in de aanval maar na helse achtervolging van een kilometer of tien haalde hij Fignon de Italiaan en Amerikaan weer bij en eindigden ze in dezelde tijd. Met nog alleen een slotrit te gaan had Fignon 1:31 voorsprong op Flavio Giupponi.

Giupponi nam in de slottijdrit alle risico’s en en reed de tijdrit van zijn leven maar meer dan 16 seconden kon hij niet goedmaken op Laurent Fignon, die de Girozege van 1989 veiligstelde in de slottijdrit.

Embed from Getty Images Bronnen & opmerkingen
  1. Bill & Carol McGann – The Story of the Giro d’Italia – Volume Two: 1971-2011, 2012
  2. Bill & Carol McGann – The Story of the Giro d’Italia – Volume Two: 1971-2011, 2012
Laat een reactie achter

Retro: Het verraad van de kopman

Belgen in de Giro, het is niet altijd een succes gebleken. Rik Van Steenbergen die misschien door zijn ploeggenoten, die hem aan zijn lot overlieten, de editie van 1951 niet won is één van de voorbeelden maar in 1976 was de rel misschien nog wel groter.

Om de situatie van 1976 beter te begrijpen, moeten we misschien eerst een jaar terug gaan. In 1975 meldde Eddy Merckx zich ziek af voor de Giro, waarna een groot aantal journalisten huiswaarts trokken. Roger De Vlaeminck etaleerde dat jaar zijn klasse door zeven ritten, de punten- en het combinatieklassement te winnen en eindigde als vierde maar kreeg hiervoor naar zijn mening niet de aandacht die hij verdiende van de Belgische wielerpers.

Een jaar later, met Merckx op zijn retour, moest het voor De Vlaeminck zijn Giro worden maar in het voorjaar bleek dat Merckx nog steeds in vorm verkeerde, getuige zijn zevende zege in Milano-Sanremo. Echter bleek in de Tour de Romandie dat Merckx niet de enige Belgische dreiging was voor De Vlaeminck. Zijn jongere teamgenoot Johan De Muynck, voorheen een redelijke ronderenner, klopte hem met bijna drie minuten in het eindklassement.

In de wandelwangen werd in aanloop naar de Giro beweert dat De Muynck wilde vertrekken naar het Italiaanse Bianchi. Dit verleidde De Vlaeminck tot enkele pittige uitspraken in Het Laatste Nieuws vlak voor de start van de Giro.

De Vlaeminck: “De Muynck moet er, in het vooruitzicht van de Giro, wel aan denken dat hij aangeworven is om voor de ploeg en voor de leider te werken. Ik geloof niet dat hij bij Brooklyn te klagen heeft.”

Het Laatste Nieuws

De Giro van 1976 startte voor de Brooklyn formatie uitstekend. Op de openingsdag zorgde Patrick Sercu voor twee ritzeges en een dag later sloeg Roger De Vlaeminck een dubbelslag. Na nog een ritzege van De Vlaeminck, rit 5, sloeg op woensdag 26 mei Johan De Muynck een dubbelslag. Hij won de zesde rit, 21 seconden voor De Vlaeminck, en pakte de roze leiderstrui die hij de volgende dag in de tijdrit weer moest afgeven aan de Italiaan Francesco Moser. Na opnieuw ritzeges voor De Vlaeminck (rit 8 & 16) en Sercu (rit 10) werd in de negentiende rit duidelijk dat de jongere De Muynck sterker was dan De Vlaeminck. In de rit eindige De Muynck als derde op 1’25” van ritwinnaar Andrés Gandarias en pakte de roze leiderstrui met 25″ voorsprong op de Italiaan Felice Gimondi. Terwijl Roger De Vlaeminck als 25e eindigde op 5’44” en buiten de top 10 van het algemeen klassement zakte. Waardoor het voor de hand lag dat kopman De Vlaeminck voor de beter geplaatste De Muynck zou gaan rijden.

De Vlaeminck: “Met die zever van het kopmanschap altijd! Heb je niets anders om over te spreken?”

Herman Laitem & Dries Vanysacker – Het verhaal van de Giro en de Belgen 1909-2001, 2002

Echter een dag later, op de Passo Maghen, stapte De Vlaeminck plots uit koers, ondanks de paarse trui waar hij zich al van verzekerd had. Ook Ronny De Witte stapte zonder enige aanleiding af. De twee kregen meteen de gehele Belgische pers over zich heen. Koppen als ‘De Vlaeminck en De Witte laten De Muynck alleen in zijn strijd tegen de Italiaanse coalitie’ sierden de voorpagina’s van de kranten. Ook in de Italiaanse sportkranten werden de twee uitgemaakt voor verraders terwijl De Muynck cynisch aangaf dat het twee tegenstanders minder waren in de slotritten.

Uiteindelijk verloor De Muynck op de slotdag in de tijdrit de Giro aan Felice Gimondi met 19 seconden en mocht De Vlaeminck van de BWB niet deelnemen aan het wereldkampioenschap in Ostuni. De ruzie tussen De Vlaeminck en De Muynck werd bijgelegd getuige het feit dat De Muynck de weg plaveide voor De Vlaeminck in de Ronde van Lombardijë.

Een jaar later mislukte voor beiden de Giro. De Vlaeminck moest na 1 dag al opgeven vanwege knieproblemen en De Muynck haalde zijn niveau niet maar in 1978 werd De Muynck de tot dusver laatste Belg die de Giro op zijn naam wist te schrijven.

De Vlaeminck: “De Muynck moet niet zeveren. Hij was mijn knecht. Ik had hem een contract bezorgd. En da’s dan de manier waarop hij zijn dankbaarheid toont!”

Procycling – Van Giro tot Tour 2010
Laat een reactie achter